ECLI:NL:CRVB:2008:BG6547
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende onderbouwing leesvaardigheid
Appellante, werkzaam als visfileerster, kreeg sinds 1990 een WAO-uitkering wegens psychosomatische klachten. In 2006 werd deze uitkering ingetrokken na een herbeoordeling door het UWV, waarbij werd aangenomen dat zij geschikt was voor bepaalde functies ondanks haar beperkingen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze intrekking ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was, mede vanwege taalbarrières en het ontbreken van een tolk, en dat de functies niet aansloten bij haar bekwaamheden, vooral gezien haar analfabetisme.
De Raad oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de medische beperkingen juist waren vastgesteld. Wel was onvoldoende gemotiveerd dat appellante kon voldoen aan de leesvaardigheidseisen van de functies, aangezien haar analfabetisme onbetwist was en het UWV niet had onderbouwd dat schriftelijke instructies vervangen konden worden door mondelinge of visuele instructies.
Daarom vernietigde de Raad het besluit en de uitspraak van de rechtbank en beval het UWV een nieuw besluit op bezwaar te nemen, met inachtneming van deze overwegingen. Het verzoek tot schadevergoeding werd afgewezen wegens gebrek aan vaststelling van schade.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van de overwegingen over leesvaardigheid.