ECLI:NL:CRVB:2008:BG6729
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- J.J.A. Kooijman
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking nabestaandenuitkering wegens gezamenlijke huishouding vanaf september 2002
Appellante ontving een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (Anw). Naar aanleiding van een onderzoek van de Sociale verzekeringsbank (Svb) naar haar woon- en leefsituatie, werd geconcludeerd dat zij vanaf augustus 2002 een gezamenlijke huishouding voerde met F. S. op haar adres. De Svb trok daarom haar nabestaandenuitkering per 1 september 2002 in.
De rechtbank oordeelde dat de gezamenlijke huishouding vanaf 28 augustus 2002 bestond en verklaarde het beroep van appellante gegrond voor het eerdere tijdstip, maar bevestigde de intrekking vanaf 1 september 2002. Appellante ging in hoger beroep tegen deze beslissing.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef de overwegingen van de rechtbank en stelde vast dat de gezamenlijke huishouding inderdaad vanaf augustus 2002 bestond. Appellante had bovendien nagelaten dit te melden aan de Svb, wat een schending van haar inlichtingenplicht inhoudt. Er waren geen dringende redenen om van intrekking af te zien, zodat het hoger beroep werd verworpen en de intrekking per 1 september 2002 werd bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de nabestaandenuitkering per 1 september 2002 wordt bevestigd.