ECLI:NL:CRVB:2008:BG6754
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende medische urenbeperking
Appellant, een voormalig taxi-chauffeur, kreeg vanaf 7 oktober 1999 een WAO-uitkering wegens psychische klachten na meerdere overvallen. Het UWV trok deze uitkering per 21 juli 2005 in, omdat appellant minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht. De rechtbank vernietigde dit besluit vanwege onvoldoende arbeidskundige onderbouwing, maar oordeelde dat het medisch oordeel juist was.
In hoger beroep stelde appellant dat hij vanwege psychische en vermoeidheidsklachten slechts vier uur per dag kon werken en verzocht om een deskundigenonderzoek. De Raad beoordeelde of er een objectieve medische noodzaak was voor een urenbeperking. Uit het medisch onderzoek van het UWV en de rapporten van de bezwaarverzekeringsarts bleek dat rekening was gehouden met psychische klachten en energetische beperkingen door een hartinfarct.
De psychiater van appellant adviseerde geleidelijke opbouw van werktijd, maar de bezwaarverzekeringsarts concludeerde dat er geen indicatie was voor een urenbeperking. De Raad vond geen nieuwe medische gegevens die het oordeel konden wijzigen en zag geen reden voor benoeming van een medisch deskundige. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat er geen medische noodzaak is voor een urenbeperking van vier uur per dag.