ECLI:NL:CRVB:2008:BG6761
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- J.Th. Wolleswinkel
- T. van Peijpe
- Rechtspraak.nl
Beoordeling hoogte vergoeding na vernietiging ontslagbesluit ambtenaar
Appellant, werkzaam bij het ministerie van Verkeer en Waterstaat, kreeg per 1 april 2003 eervol ontslag met een uitkering en een schadeloosstelling van €10.000,- bruto. De rechtbank vernietigde het besluit over de ontslagvergoeding en bepaalde dat de minister een nieuw besluit moest nemen. De minister kende vervolgens een aanvullende eenmalige uitkering van €25.000,- toe, waarmee de totale vergoeding op €35.000,- kwam.
Appellant stelde in hoger beroep dat ook de rechtmatigheid van het ontslag zelf in het geding had moeten zijn en dat de vergoeding ontoereikend was, waarbij hij een schade van €162.403,- bruto specificeerde. De Raad overwoog dat het ontslagbesluit buiten het bereik van het geding valt en dat alleen de hoogte van de vergoeding beoordeeld moet worden.
De Raad nam het standpunt van de minister over dat deze het overwegende aandeel had in de verstoorde arbeidsverhouding, maar dat appellant ook substantieel heeft bijgedragen door moeilijk aanstuurbaar gedrag en ongepaste kritiek. De Raad vond de vergoeding passend als compensatie voor het aandeel van de werkgever en wees de toepassing van de kantonrechtersformule af. Ook wees de Raad een vergoeding van proceskosten af.
De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en de vergoeding van €35.000,- als redelijk beoordeeld.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de toegekende ontslagvergoeding van €35.000,- niet onredelijk is en wijst het beroep van appellant af.