ECLI:NL:CRVB:2008:BG6769
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks geschil over medische beoordeling en functiegeschiktheid
Appellante stelde zich in hoger beroep op het standpunt dat haar beperkingen onjuist waren ingeschat door het UWV en dat zij niet in staat was de voorgehouden functies te vervullen. Zij verzocht de Raad om benoeming van een onafhankelijke psychiater, hetgeen door de rechtbank was afgewezen.
De Raad overwoog dat appellante haar grieven niet had onderbouwd met aanvullende medische stukken en dat op basis van het dossier geen aanleiding bestond om te twijfelen aan de medische beoordeling. De Raad sloot zich aan bij de overwegingen van de rechtbank en zag geen reden om een onafhankelijke deskundige te benoemen.
Ten aanzien van de geschiktheid voor de geselecteerde functies stelde de Raad vast dat deze functies, gelet op de Functionele Mogelijkhedenlijst van 18 augustus 2005, geschikt waren voor appellante. Omdat appellante niet concreet had aangegeven waarom de functiebelasting haar belastbaarheid zou overschrijden, zag de Raad geen aanleiding tot nadere beoordeling.
De Raad bevestigde daarom de aangevallen uitspraak en oordeelde dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit geheel in stand blijven. Er waren geen gronden aanwezig voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak en wijst het verzoek tot benoeming van een onafhankelijke psychiater af.