ECLI:NL:CRVB:2008:BG6770
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks betwisting medische en arbeidskundige beoordeling
Appellant stelde in hoger beroep dat de herziening van zijn WAO-uitkering op basis van verouderde medische gegevens en een onjuiste arbeidskundige beoordeling was genomen. Hij voerde aan dat de medische situatie sinds het laatste onderzoek was veranderd en dat er onduidelijkheden waren over beperkingen met betrekking tot zitten en afwisseling van houding.
De rechtbank had het beroep van appellant gegrond verklaard vanwege een onjuiste arbeidskundige grondslag, maar de rechtsgevolgen van het besluit in stand gelaten. Het UWV voerde aan dat de periode tussen medische en arbeidskundige beoordeling minder dan zes maanden bedroeg en dat appellant geen wijzigingen in zijn medische toestand had gemeld.
De Raad oordeelde dat het besluit zorgvuldig was voorbereid en genomen, dat de medische gegevens niet verouderd waren en dat de functies waarop de beoordeling was gebaseerd geschikt waren voor appellant. De Raad verwierp de stellingen van appellant over aanvullende beperkingen en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering naar 45-55% arbeidsongeschiktheid.