ECLI:NL:CRVB:2008:BG6779
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering financiële tegemoetkoming voor woonvoorziening met traploze eis
Appellant verzocht het College van burgemeester en wethouders van Maastricht om een financiële tegemoetkoming voor een woonvoorziening op grond van de Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg), omdat traplopen moeilijk werd door lichamelijke klachten. Het College kende een vergoeding toe onder de voorwaarde dat de nieuwe woning traploos en inpandig traploos toegankelijk moest zijn. Appellant kon op korte termijn een woning met één inpandige trap betrekken en wilde hiervan gebruik maken, ondanks dat deze woning niet aan het eisenpakket voldeed.
De artsen van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) adviseerden dat appellant een traploze woning nodig heeft vanwege de progressieve aard van zijn klachten. De huisarts onderschreef dat een gelijkvloerse woning wenselijk is, maar stelde dat de eerste verdieping met weinig trappen ook mogelijk was. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en het bezwaar tegen het besluit werd eveneens afgewezen.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dat de gemeente Maastricht binnen haar beleidsvrijheid handelt en dat de traploze eis medisch objectief verantwoord is. De Raad stelde vast dat appellant onvoldoende gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om voorrang te krijgen bij toewijzing van nultredenwoningen via het woningbureau en woningadvertenties. Hierdoor faalt zijn stelling dat de eis onmogelijke voorwaarde is.
De Raad concludeert dat de aangevallen uitspraak terecht is en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd dat de traploze eis voor de woonvoorziening terecht is.