ECLI:NL:CRVB:2008:BG6794
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- J.Th. Wolleswinkel
- T. van Peijpe
- Rechtspraak.nl
Beoordeling tenuitvoerlegging voorwaardelijk ontslag politiemedewerker onder invloed alcohol
Betrokkene, werkzaam als medewerker garage bij de politieregio Rotterdam-Rijnmond, werd op 19 april 2005 voorwaardelijk ontslagen wegens ernstig plichtsverzuim door onder invloed van alcohol met een dienstvoertuig te rijden. Na overtreding van de voorwaarde werd het ontslag op 7 april 2006 ten uitvoer gelegd en gehandhaafd bij besluit van 29 augustus 2006.
De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene tegen het besluit van 29 augustus 2006 gegrond, vernietigde dit besluit en beval een nieuw besluit op bezwaar. De rechtbank vond dat appellant onvoldoende rekening had gehouden met de door betrokkene aangevoerde werkgerelateerde omstandigheden die zijn alcoholgebruik zouden verklaren, en dat de belangenafweging ontbrak.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat appellant terecht niet uitvoerig op deze zienswijze hoefde in te gaan, mede omdat betrokkene geen onafhankelijke medische onderbouwing leverde en zelf had verklaard zijn alcoholgebruik onder controle te hebben. De belangenafweging bij tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk ontslag is beperkt van betekenis, en alleen onder bijzondere omstandigheden kan van het bestuursorgaan worden verlangd af te zien van tenuitvoerlegging.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank, verklaart het beroep tegen het besluit van 29 augustus 2006 ongegrond en vernietigt het besluit van 24 oktober 2007 dat ter uitvoering van de rechtbankuitspraak was genomen. Vergoeding van proceskosten wordt niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk ontslag wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.