ECLI:NL:CRVB:2008:BG6900
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na bezwaar werkgeefster
Appellant, arbeidsongeschikt verklaard sinds 1998 wegens burnout, kreeg aanvankelijk een WAO-uitkering van 80-100%. Na een herbeoordeling in 2002 werd deze ongewijzigd voortgezet. De werkgeefster maakte bezwaar tegen de vastgestelde belastbaarheid, waarna een bezwaarverzekeringsarts en bezwaararbeidsdeskundige concludeerden dat appellant in staat was passende functies te vervullen, wat leidde tot een herziening van de uitkering naar 25-35%.
De rechtbank vernietigde dit besluit in 2004 wegens schending van de hoorplicht, waarna het Uwv een nieuw besluit nam op basis van nieuwe rapportages. De Raad hechtte doorslaggevende waarde aan de rapportages van de bezwaarverzekeringsarts Van Haeringen, die voldoende gemotiveerd afweek van eerdere beoordelingen en geen ernstig psychiatrisch ziektebeeld vaststelde.
De arbeidskundige rapportage motiveerde dat appellant de functies van wikkelaar, meubelstoffeerder en operator kon vervullen. De Raad concludeerde dat het hoger beroep geen doel treft en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering en verklaart het hoger beroep ongegrond.