ECLI:NL:CRVB:2008:BG7148

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
17 november 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-6078 AW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:2 AwbArt. 6:18 AwbArt. 6:19 AwbArt. 7:10 AwbArt. 8:72 Awb
Verwijzingen
9 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verplichting korpsbeheerder tot tijdige nieuwe beslissing op bezwaar onder dwangsom

Appellante had bezwaar gemaakt tegen een besluit van de korpsbeheerder waarin haar verzoek tot erkenning van aansprakelijkheid en schadevergoeding wegens een dienstongeval werd afgewezen. De rechtbank Rotterdam vernietigde het besluit op bezwaar en bepaalde dat de korpsbeheerder binnen vier weken een nieuwe beslissing moest nemen. De korpsbeheerder stelde hoger beroep in, maar nam geen nieuwe beslissing binnen de gestelde termijn.

Appellante stelde vervolgens beroep in bij de Centrale Raad van Beroep wegens het uitblijven van die nieuwe beslissing. De Raad stelde vast dat het niet tijdig nemen van een besluit gelijkstaat aan een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Gelet op de wettelijke termijnen was de korpsbeheerder gehouden binnen vier weken na de uitspraak van de rechtbank een nieuwe beslissing te nemen.

De Raad oordeelde dat het beroep gegrond was en vernietigde het besluit van het niet tijdig nemen van een nieuwe beslissing. Tevens legde de Raad een dwangsom op van €150 per dag dat de korpsbeheerder in gebreke blijft en veroordeelde de korpsbeheerder tot betaling van proceskosten aan appellante.

Uitkomst: De korpsbeheerder is verplicht binnen vier weken een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen onder verbeurte van een dwangsom van €150 per dag bij niet-naleving.

Uitspraak

Uitspraak
08/6078 AW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in het geding tussen:
[Naam appellante], wonende te [woonplaats], (hierna: appellante),
en
de Korpsbeheerder van de politieregio Rotterdam-Rijnmond (hierna: korpsbeheerder)
Datum uitspraak: 17 november 2008
I. PROCESVERLOOP
Bij besluit van 23 maart 2006 heeft de korpsbeheerder het verzoek van appellante om erkenning van aansprakelijkheid en vergoeding van schade die zij heeft geleden en nog zal lijden als gevolg van een dienstongeval afgewezen. Bij besluit van
14 mei 2007 heeft de korpsbeheerder het daartegen gerichte bezwaar van appellante ongegrond verklaard.
De rechtbank Rotterdam heeft bij uitspraak van 7 juli 2008 het beroep van appellante tegen het besluit van 14 mei 2007 gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de korpsbeheerder binnen vier weken een nieuwe beslissing op bezwaar neemt.
De korpsbeheerder heeft hoger beroep ingesteld tegen die uitspraak.
Appellante heeft bij brief van 22 september 2008 bij de rechtbank Rotterdam beroep ingesteld tegen het uitblijven van een ter uitvoering van de uitspraak van 7 juli 2008 nieuwe beslissing op bezwaar. De rechtbank heeft het beroepschrift ter behandeling doorgezonden aan de Raad.
Op 6 november 2008 is namens de korpsbeheerder desgevraagd aan de Raad meegedeeld dat en waarom nog geen nieuw besluit op bezwaar is genomen.
Appellante heeft haar beroep vervolgens gehandhaafd.
II. OVERWEGINGEN
1. Ingevolge artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) wordt voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep met een besluit gelijkgesteld het niet tijdig nemen van een besluit. De Raad ziet hierin aanleiding onder een besluit als bedoeld in artikel 6:18, eerste lid, van de Awb mede te verstaan het niet tijdig nemen van een nieuw besluit na vernietiging door de rechtbank van de oorspronkelijke beslissing op bezwaar. Gelet op artikel 6:19, eerste lid, van de Awb heeft de rechtbank het beroepschrift van 22 september 2008 terecht naar de Raad doorgezonden.
2. Het door de korpsbeheerder ingestelde hoger beroep heeft geen schorsende werking. Gelet op artikel 7:10, eerste lid, van de Awb was de korpsbeheerder na de uitspraak van de rechtbank van 7 juli 2008 gehouden om binnen vier weken een nieuwe beslissing op het door appellante tegen het besluit van 23 maart 2006 gemaakte bezwaar te nemen. 3. Vast staat dat toen appellante haar beroepschrift indiende, de in de uitspraak van 7 juli 2008 voorgeschreven termijn van vier weken was verstreken. De Raad acht het beroep tegen het niet tijdig nemen van een nieuw besluit derhalve kennelijk gegrond. Dit met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een nieuw besluit komt dan ook voor vernietiging in aanmerking.
4. Het verzoek van appellante aan de Raad om zelf in de zaak te voorzien en de gevraagde schadevergoeding vast te stellen wordt afgewezen. Appellante heeft subsidiair verzocht om te bepalen dat, zolang de korpsbeheerder niet voldoet aan de uitspraak van de rechtbank, een dwangsom moet worden betaald van € 150,- per dag. De Raad zal met gebruikmaking van de in artikel 8:72, zevende lid, van de Awb neergelegde bevoegdheid de korpsbeheerder opdragen om binnen vier weken na verzending van deze uitspraak een nieuwe beslissing te nemen onder bepaling van verbeurte van een dwangsom van
€ 150,- per dag dat de korpsbeheerder in gebreke blijft.
5. De Raad acht termen aanwezig om de korpsbeheerder met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb te veroordelen in de proceskosten van appellante tot een bedrag van € 80,50 wegens verleende rechtsbijstand.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het beroep tegen het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een nieuwe beslissing op het door appellante tegen het besluit van 20 mei 2005 gemaakte bezwaar gegrond;
Vernietigt dat besluit;
Draagt de korpsbeheerder op om binnen vier weken na de verzending van deze uitspraak een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen en bekend te maken aan appellante, op verbeurte van een dwangsom van € 150,- voor elke dag dat de korpsbeheerder hiermee in gebreke blijft, te betalen door de politieregio Rotterdam-Rijnmond;
Veroordeelt de korpsbeheerder in de proceskosten van appellante tot een bedrag van € 80,50, te betalen door de politieregio Rotterdam-Rijnmond.
Deze uitspraak is gedaan door J.C.F. Talman. De beslissing is, in tegenwoordigheid van E.W.F. Menkveld-Botenga als griffier, uitgesproken in het openbaar op 17 november 2008.
(get) J.C.F. Talman.
(get) E.W.F. Menkveld-Botenga.
Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.
HD