ECLI:NL:CRVB:2008:BG7214
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- G.J.H. Doornewaard
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en terugverwijzing in zaak weigering WAO-uitkering wegens AD(H)D
Betrokkene stopte in 1999 met werken wegens psychische klachten en kreeg een WAO-uitkering toegekend. Na een herbeoordeling in 2001 werd de uitkering ingetrokken omdat geen ziekte of gebrek meer werd vastgesteld. In 2004 vroeg betrokkene opnieuw een WAO-uitkering aan vanwege AD(H)D, een stoornis die later werd vastgesteld. Appellant weigerde aanvankelijk de uitkering, maar kende deze later toe met een lagere mate van arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank vernietigde dit besluit wegens onvoldoende motivering en onzorgvuldigheid, met name omdat de eerdere diagnose niet was heroverwogen. De Centrale Raad oordeelt dat de arbeidsongeschiktheid moet voortvloeien uit een andere ziekteoorzaak om artikel 43a WAO toe te passen. Uit de medische stukken blijkt dat de klachten in 1999 niet aan AD(H)D kunnen worden toegeschreven.
De Raad stelt dat appellant terecht artikel 43a WAO buiten toepassing heeft gelaten en dat er geen sprake is van onzorgvuldige besluitvorming. De zaak wordt echter terugverwezen naar de rechtbank omdat deze zich niet heeft uitgelaten over de arbeidskundige onderbouwing van het bestreden besluit, wat nog nader moet worden beoordeeld.
Uitkomst: De Centrale Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en wijst de zaak terug voor nadere beoordeling van de arbeidskundige onderbouwing.