ECLI:NL:CRVB:2008:BG7231
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vergoeding woningaanpassingen bij rolstoelafhankelijke appellant
Appellant, volledig rolstoelafhankelijk door een dwarslaesie, vroeg op 6 april 2005 een vergoeding aan voor woningaanpassingen in een nieuw te bouwen appartement te Utrecht. Het College kende aanvankelijk een vergoeding toe van € 8.411,54, later verhoogd tot € 9.033,43 na bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep stond centraal of het College terecht weigerde vergoeding toe te kennen voor een menghendelkraan en een thermostaatkraan, en of het College juist handelde door voor drie voorzieningen in de badkamer (beugels bij het toilet, douchezitje en steunpoot) een standaardvergoeding toe te kennen in plaats van vergoeding van werkelijke kosten. De Raad oordeelde dat deze kranen als algemeen gebruikelijke voorzieningen gelden en daarom niet vergoed hoeven te worden. Ook is de vergoeding beperkt tot de goedkoopste uitvoering van de noodzakelijke voorzieningen.
De Raad benadrukte dat het feit dat appellant de kranen niet kon betalen niet relevant is, aangezien hij financieel in staat was het appartement aan te schaffen waar dergelijke voorzieningen standaard bij horen. De Raad bevestigde dat het College terecht de goedkoopste adequate voorziening vergoedt en wees het hoger beroep af, waarmee de uitspraak van de rechtbank werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.