ECLI:NL:CRVB:2008:BG7256
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing traplift woonvoorziening onterecht; vergoeding toegekend
Appellante vroeg op 21 januari 2004 om woonvoorzieningen waaronder een traplift. Het College van burgemeester en wethouders van Roosendaal wees dit af wegens technische bezwaren en voorkeur voor verhuizing naar een gelijkvloerse woning met een verhuiskostenvergoeding.
De rechtbank Breda vernietigde dit besluit wegens onvoldoende onderzoek en onvoldoende weging van het belang van appellante om niet te verhuizen. Het College handhaafde het bezwaar opnieuw met het argument dat een traplift vanaf de eerste trede in de toekomst problemen kan geven.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het gebruik van de traplift in de toekomst onzeker is en dat dit geen reden is om de voorziening nu af te wijzen. De technische haalbaarheid en het draagvermogen van de traplift zijn voldoende aangetoond. De traplift is bovendien goedkoper dan de toegekende verhuiskostenvergoeding.
De Raad vernietigt het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en bepaalt dat appellante een vergoeding krijgt voor de aanschaf en plaatsing van de traplift. Tevens wordt het College veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de traplift wordt vernietigd en appellante krijgt een vergoeding voor aanschaf en plaatsing van de traplift toegekend.