ECLI:NL:CRVB:2008:BG7386
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Brand
- T.J. van der Torn
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering wegens medische en arbeidskundige beoordeling
Appellante stelde in hoger beroep dat zij functioneel éénarmig is vanwege pijnklachten en medicijngebruik, en dat onvoldoende rekening is gehouden met haar beperkingen. Tevens verzocht zij om een onafhankelijke medisch deskundige.
De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard, waarbij het oordeel was dat de medische en arbeidskundige grondslagen van het UWV-besluit juist waren. De Raad onderschrijft deze beoordeling en ziet geen aanwijzingen dat de artsen de situatie van appellante onjuist hebben beoordeeld.
De Raad oordeelt dat de functies waarop de arbeidsongeschiktheid is gebaseerd passend zijn, inclusief de functie van surveillant bewakingsdienst. Omdat een gedegen toelichting op de geschiktheid van de functies pas in hoger beroep is gegeven, vernietigt de Raad het eerdere vonnis en het UWV-besluit, maar laat de rechtsgevolgen daarvan ongewijzigd.
Daarnaast veroordeelt de Raad het UWV in de proceskosten van appellante en bepaalt dat het griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit en vonnis vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.