ECLI:NL:CRVB:2008:BG7922
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- G.L.M.J. Stevens
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding kosten rechtsbijstand na onderzoek nevenactiviteiten rechterlijk ambtenaar
Appellant, een rechterlijk ambtenaar, verrichtte nevenactiviteiten in het kader van een internationaal project en declareerde kosten die later als onterecht werden aangemerkt. Na een feitenonderzoek en een strafrechtelijk onderzoek, dat leidde tot een technisch en beleidssepot, verzocht appellant de minister om vergoeding van de kosten van juridische bijstand. Dit verzoek werd afgewezen omdat de noodzaak van rechtsbijstand voortkwam uit verwijtbaar gedrag van appellant.
De Raad oordeelde dat het bestreden besluit in stand kon blijven, omdat de minister zijn discretionaire bevoegdheid niet onredelijk had gebruikt en geen geschreven of ongeschreven rechtsregel was geschonden. Appellants beroep op het gelijkheidsbeginsel en zijn gezondheidsproblemen werden niet gevolgd. Ook het beroep op toezeggingen van het college van procureurs-generaal tot vergoeding werd verworpen.
De Raad stelde vast dat de activiteiten van appellant als nevenactiviteiten moesten worden aangemerkt en dat hij verwijtbaar had gehandeld door onterechte declaraties in te dienen en onvoldoende terugbetaling te verrichten. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van vergoeding van kosten rechtsbijstand wordt ongegrond verklaard.