ECLI:NL:CRVB:2008:BG8047
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- R.C. Stam
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidskundige motivering
Appellant, die fulltime als loodsmedewerker werkte, kreeg na ziekte een WAO-uitkering toegekend. Het UWV trok deze uitkering in 2003 in, omdat appellant minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht op basis van het Claimbeoordelings- en Borgingssysteem (CBBS). De rechtbank vernietigde het besluit deels vanwege onvoldoende motivering van een functie, maar liet de rechtsgevolgen in stand.
In hoger beroep betwist appellant dat zijn beperkingen correct zijn ingeschat en dat de functies actueel en passend zijn. Het UWV verdedigde de actualiteit en geschiktheid van de functies en verwees naar eerdere jurisprudentie. De Raad oordeelde dat algemene kritiek op het CBBS niet slaagt en dat de medische beoordeling voldoende gemotiveerd is.
De Raad constateerde echter dat een van de functies was vervallen en dat de toelichting op verborgen beperkingen in de functionele mogelijkhedenlijst (FML) ontbrak. Hierdoor was niet voldoende vastgesteld dat appellant alle functies met zijn beperkingen kon verrichten. Dit maakte de arbeidskundige grondslag van het intrekkingsbesluit onvoldoende.
De Raad vernietigde daarom het deel van de uitspraak dat de rechtsgevolgen van het intrekkingsbesluit in stand hield en bepaalde dat het UWV een nieuw besluit op bezwaar moet nemen. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering is vernietigd wegens onvoldoende arbeidskundige motivering en het UWV moet een nieuw besluit nemen.