ECLI:NL:CRVB:2008:BG5758
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- R.C. Stam
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid en aanvaardbaarheid van het CBBS bij vaststelling WAO-uitkering
Betrokkene ontvangt sinds 1996 een WAO-uitkering en betwistte de herziening van haar uitkering per 12 maart 2002, waarbij haar arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld met behulp van het Claimbeoordelings- en Borgingssysteem (CBBS). De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep tegen het besluit van 25 september 2002 niet-ontvankelijk en vernietigde het besluit van 4 mei 2004 wegens onvoldoende motivering, maar achtte de medische grondslag juist.
In hoger beroep richtte betrokkene zich tegen het gebruik van het CBBS, met name tegen de wijze van her-enquêtering van functies en de toepassing van normaalwaarden. De Raad overwoog dat eerdere uitspraken het CBBS als ondersteunend systeem aanvaardbaar achten en dat de kritiek op normaalwaarden en de niet-matchende belastingaspecten onvoldoende is om het systeem af te wijzen.
De Raad stelde vast dat niet alle functies voor de invoering van het CBBS opnieuw zijn geherenquêteerd, maar dat dit niet betekent dat de functies onjuist zijn opgenomen. Het Uwv heeft toegelicht hoe de omzetting van het oude FIS-systeem naar het CBBS heeft plaatsgevonden en dat functies actueel waren op het moment van beoordeling. De medische en arbeidskundige grondslagen van het besluit van 4 mei 2004 zijn juist bevonden.
De Raad vernietigt het vonnis voor zover het het Uwv opdraagt een nieuw besluit te nemen, bevestigt het verder en veroordeelt het Uwv tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan betrokkene.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor zover het Uwv wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen; verder wordt het vonnis bevestigd en het Uwv veroordeeld tot proceskostenvergoeding.