ECLI:NL:CRVB:2008:BG8144
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.J. Goorden
- G. van der Wiel
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV wegens onjuiste maatstaf arbeid bij weigering ziekengeld
Appellante was werkzaam als secretarieel medewerkster toen zij uitviel met psychische klachten. Zij ontving een WAO-uitkering gebaseerd op gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid. Later meldde zij zich ziek met lichamelijke en psychische klachten en werd door het UWV beoordeeld op geschiktheid voor passende arbeid. De verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts concludeerden dat appellante geschikt was voor passende arbeid, waarna het UWV het recht op ziekengeld introk.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep oordeelt de Raad dat het medisch onderzoek zorgvuldig was, maar dat het UWV onterecht de maatstaf voor 'zijn arbeid' heeft gehanteerd. De maatstaf betrof functies uit de eerdere WAO-beoordeling, terwijl appellante feitelijk nog werkte als secretarieel medewerkster voor 20 uur per week.
De Raad stelt dat de bezwaarverzekeringsarts onvoldoende informatie had over de aard en zwaarte van deze functie en dat een vergelijking met de beperkingen niet mogelijk was zonder duidelijke werkomschrijving. Hierdoor ontbeert het besluit een draagkrachtige motivering en is het in strijd met de Awb. Het besluit wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens wordt het UWV veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen met inachtneming van deze uitspraak.