ECLI:NL:CRVB:2008:BG8316
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Intrekking WAO-uitkering wegens onjuiste berekening arbeidsongeschiktheid
Betrokkene ontving sinds 10 mei 1999 een WAO-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Na een herbeoordeling door een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige werd de mate van arbeidsongeschiktheid vastgesteld op minder dan 15%, waarop de uitkering per 13 november 2005 werd ingetrokken. Betrokkene maakte bezwaar, maar dit werd ongegrond verklaard.
De rechtbank Amsterdam vernietigde het besluit vanwege een onjuiste invulling van de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) en stelde de arbeidsongeschiktheid vast op 25 tot 35%. De Raad overwoog echter dat de rechtbank de berekening van de arbeidsongeschiktheid onjuist had uitgevoerd en dat de medische beperkingen terecht waren vastgesteld door de verzekeringsarts.
De Raad oordeelde dat het hoger beroep van het UWV terecht was en dat de intrekking van de WAO-uitkering per 13 november 2005 correct was. Het beroep van betrokkene over de medische grondslag viel buiten de omvang van het hoger beroep. De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering per 13 november 2005 wordt bevestigd en het beroep wordt ongegrond verklaard.