ECLI:NL:CRVB:2008:BG8321
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering voortzetting Wajong-uitkering bij verblijf in het buitenland
Appellant, aan wie sinds 1990 een arbeidsongeschiktheidsuitkering is toegekend en die sinds 1998 een Wajong-uitkering ontvangt, verzocht meerdere malen om toestemming om met behoud van uitkering naar Ethiopië te verhuizen. Het UWV weigerde dit op grond van het exportverbod van Wajong-uitkeringen, waarbij de hardheidsclausule slechts in uitzonderlijke gevallen kan worden toegepast.
Appellant voerde aan dat zijn medische, psychische en sociale omstandigheden in Ethiopië verbeteren, onder meer doordat zijn oma daar voor hem kan zorgen, zijn visusklachten verminderen en zijn suikerziekte minder hinderlijk is. Deze stellingen werden ondersteund door verklaringen van een psychiater en een GZ-psycholoog.
De Raad oordeelde echter dat deze omstandigheden niet voldoen aan de criteria voor zwaarwegende redenen zoals bedoeld in de wet en het beleidsbesluit van het UWV. De medische verklaringen boden geen objectief bewijs van een noodzaak tot verblijf in het buitenland en appellant gaf geen inzicht in relevante medische gegevens. Ook werd opgemerkt dat appellant in Nederland familie heeft die hem kan bijstaan.
De rechtbank had eerder het bezwaar van appellant niet-ontvankelijk verklaard en het beroep ongegrond. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak en wijst het hoger beroep af, waarmee de beëindiging van de Wajong-uitkering bij verhuizing naar het buitenland rechtmatig blijft.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Wajong-uitkering bij verhuizing naar Ethiopië wegens ontbreken van zwaarwegende redenen.