ECLI:NL:CRVB:2008:BG8352
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over WAO-uitkering wegens onzorgvuldige voorbereiding en ondeugdelijke motivering
Appellant, werkzaam als magazijnmedewerker, kreeg vanaf 25 oktober 2004 een WAO-uitkering toegekend wegens arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Na herbeoordeling door verzekeringsarts en arbeidskundig onderzoek werd de uitkering in 2005 verlaagd naar 45-55%. In bezwaar en beroep werd onder meer gewezen op wisselende medische gegevens, waaronder een lage CD4-waarde en een stofallergie.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, onderbouwd met medische rapporten en prognoses van verbetering. In hoger beroep stelde appellant dat de voorspelling van verbetering door de internist niet was uitgekomen. De Raad overwoog dat het UWV onvoldoende had onderzocht of op de datum van het bestreden besluit daadwerkelijk aan de voorwaarden voor verlaging was voldaan, mede gelet op wisselende laboratoriumuitslagen en de noodzaak van een medische herbeoordeling.
De Raad oordeelde dat het besluit onzorgvuldig was voorbereid en ondeugdelijk was gemotiveerd, waardoor het vernietigd moest worden. Het UWV moet een nieuw besluit nemen, waarbij ook de allergiebezwaren worden betrokken. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het bestreden besluit van het UWV wordt vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van de uitspraak.