ECLI:NL:CRVB:2008:BG8356
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, een voormalig productiemedewerker, viel in mei 2001 uit wegens psychosociale problemen en ontving vanaf mei 2002 een WAO-uitkering. In oktober 2005 trok het UWV de uitkering in op basis van een medisch en arbeidskundig onderzoek dat een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15% vaststelde.
Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat hij meer beperkt was dan vastgesteld, ondersteund door rapporten van zijn behandelend psychiater. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en onderschreef de medische en arbeidskundige grondslag van het besluit.
In hoger beroep oordeelde de Raad dat de medische beoordeling zorgvuldig was, maar dat de arbeidskundige onderbouwing pas met latere rapporten voldoende gemotiveerd was. Daarom vernietigde de Raad het bestreden besluit wegens strijd met de Awb, maar liet de rechtsgevolgen daarvan in stand. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.