ECLI:NL:CRVB:2008:BG8386
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- B.M. van Dun
- G.W.B. van Westen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WW-uitkering wegens ontbreken gezagsverhouding bij stichting
Appellant was voorzitter van een stichting en verrichtte betaalde werkzaamheden vanuit een viskar die door de stichting werd geëxploiteerd. Hij werd in december 2005 uit zijn functie ontheven en ontslagen voor zijn werkzaamheden. Vervolgens vroeg hij een WW-uitkering aan, die door het UWV werd afgewezen omdat appellant geen werknemer was volgens de WW.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond, omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat er een gezagsverhouding bestond binnen het bestuur van de stichting. De Raad bevestigt dit oordeel in hoger beroep. Uit de statuten en de feitelijke situatie bleek dat appellant en zijn echtgenote als voorzitter en penningmeester op onbetaalde basis functies vervulden en dat appellant invloed had op besluiten, waaronder het bepalen van zijn loon.
Het hoger beroep slaagt niet, en de Raad wijst ook het verzoek om schadevergoeding af. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en het beroep wordt verworpen.
Uitkomst: Hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd; verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.