ECLI:NL:CRVB:2008:BG8409
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging gedeeltelijke WAO-uitkering na beoordeling functionele mogelijkheden
Appellant stelde in hoger beroep dat het UWV de ernst en omvang van zijn medische beperkingen op de datum in geding had onderschat. Hij overlegde hiervoor meerdere medische verklaringen ter onderbouwing.
De Raad oordeelde dat deze nieuwe medische informatie geen wezenlijk nieuw gezichtspunt bevatte en geen twijfel wekte over de juistheid van de door het UWV vastgestelde functionele mogelijkheden op 23 september 2004. De medische verklaringen hadden geen betrekking op de datum in geding en werden daarom niet als relevant beschouwd.
Daarnaast vond de Raad dat het UWV voldoende had gemotiveerd dat de geselecteerde functies binnen de functionele mogelijkheden van appellant lagen. Gezien deze overwegingen werd het hoger beroep verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
De Raad zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en sprak de beslissing uit in het openbaar op 19 december 2008.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de gedeeltelijke WAO-uitkering wordt bevestigd.