ECLI:NL:CRVB:2008:BG8426
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C.M. van Laar
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant verzocht om een WAO-uitkering, die door het UWV werd geweigerd omdat hij niet gedurende 52 weken onafgebroken arbeidsongeschikt was voor zijn eigen werk als portier/chauffeur in dagdienst. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant niet-ontvankelijk, omdat appellant geen bezwaar had gemaakt tegen het primaire besluit en geen bijzondere omstandigheden had aangevoerd.
In hoger beroep stelde appellant dat hij bezwaar maakte tegen een rapportage van de bezwaarverzekeringsarts waarin werd gesteld dat hij geschikt was voor nachtdiensten, wat hij betwistte. De Raad oordeelde echter dat het UWV alleen het werk in dagdienst als maatman had genomen en dat het bezwaar van appellant tegen de nachtdienst geen onderdeel uitmaakte van het bestreden besluit, waardoor appellant onvoldoende procesbelang had.
De Raad stelde vast dat de rechtbank onjuist artikel 6:13 Awb Pro had toegepast, omdat appellant redelijkerwijs niet kon worden verweten geen bezwaar te hebben gemaakt tegen het primaire besluit. Desondanks werd het beroep terecht niet-ontvankelijk verklaard. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees een vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.