ECLI:NL:CRVB:2008:BG8458
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting op AOW-pensioen wegens niet-verzekerde jaren in Nederlands Nieuw Guinea
Appellant kreeg een AOW-pensioen toegekend met een korting wegens vier niet-verzekerde jaren, omdat hij en zijn echtgenote in het verleden in Nederlands Nieuw Guinea woonden. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) verklaarde het bezwaar tegen deze korting ongegrond, stellende dat wonen in het Rijk in de AOW alleen het Europese deel van het Koninkrijk omvat.
Appellant voerde aan dat Nederlands Nieuw Guinea als provincie van Nederland moest worden gezien en dat de Nederlandse regering eerherstel verschuldigd is aan inwoners van voormalige koloniën. Tevens stelde hij dat hij onvoldoende was geïnformeerd over de gevolgen van zijn verblijf in het niet-Europese deel van het Koninkrijk voor zijn AOW-rechten en dat hij ten onrechte niet is gehoord in bezwaar.
De Raad verwijst naar vaste jurisprudentie waarin het Rijk in de AOW uitsluitend het Europese deel betreft en verwerpt de argumenten van appellant. De Raad benadrukt dat eerherstel een zaak is voor de wetgever en dat gebrekkige voorlichting niet tot een ander oordeel leidt in deze procedure.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank Zutphen en verklaart het bezwaar van appellant ongegrond, waarmee de korting op het AOW-pensioen rechtmatig is toegepast.
Uitkomst: De korting op het AOW-pensioen wegens niet-verzekerde jaren in Nederlands Nieuw Guinea wordt bevestigd.