ECLI:NL:CRVB:2008:BG8577
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing uitkeringsaanvragen wegens niet-oorzakelijk verband met oorlogsgeweld en vervolging
Appellant diende in 2006 aanvragen in op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers (WUV) en de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers (WUBO), stellende dat zijn psychische klachten samenhangen met zijn internering tijdens de Japanse bezetting. Verweersters wezen deze aanvragen af omdat de aanwezige ziekten en gebreken niet in verband staan met de vervolging of het oorlogsgeweld, maar door andere oorzaken zijn ontstaan.
De Raad baseerde zich op medische adviezen, waaronder dat van arts R.J. Roelofs, die concludeerde dat appellant lijdt aan chronische paranoïde schizofrenie met een erfelijke verhoogde kwetsbaarheid, zonder aanwijzingen dat psychologische of sociale factoren de oorzaak zijn. Ook de darmklachten werden toegeschreven aan westerse levensgewoonten en medicijngebruik, niet aan oorlogsgeweld.
De Raad oordeelde dat de beroepen ongegrond zijn en dat de grieven over zorgvuldigheid en motivering niet tot vernietiging leiden. Het feit dat de gemachtigde broer niet bij het medisch onderzoek aanwezig was, vormde geen reden voor vernietiging omdat hij wel betrokken was bij het sociaal rapport. De Raad wees ook een verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: De beroepen worden ongegrond verklaard omdat de klachten niet voortkomen uit vervolging of oorlogsgeweld.