ECLI:NL:CRVB:2008:BG8580
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstandsnorm wegens gedeelde kosten bij inwoning bij ouder
Appellanten wonen met hun kinderen in bij de vader van appellant, die een woning huurt te Utrecht. Het College heeft hun bijstandsnorm verlaagd met 15% wegens het ontbreken van woonkosten, later aangepast naar 10% verlaging omdat zij de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan kunnen delen met de vader. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze verlaging ongegrond.
In hoger beroep betoogden appellanten dat zij de huur en nutsvoorzieningen volledig zelf betalen en dat het niet redelijk is om de bijstand te verlagen. Ook wezen zij op een korting op de bijstand van de vader wegens onderhuur. De Raad oordeelde dat het feit dat zij de woonlasten volledig dragen een keuze is die niet ten laste van de bijstand kan komen en dat het delen van een woning schaalvoordelen oplevert die een verlaging rechtvaardigen.
De Raad bevestigde de aangevallen uitspraak en wees het hoger beroep af. Er was geen sprake van bijzondere omstandigheden die een afwijking van de standaardverlaging rechtvaardigen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De verlaging van de bijstandsnorm met 10% wordt bevestigd omdat appellanten de algemeen noodzakelijke kosten kunnen delen door inwoning bij de vader.