ECLI:NL:CRVB:2008:BG8592
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling berekening vakantietoeslag bij aanvullende bijstand
Appellante ontving een bijstandsuitkering op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en maakte bezwaar tegen de specificatie van haar vakantietoeslag, stellende dat zij dubbel gekort was. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellante in hoger beroep ging.
De Raad overwoog dat appellante gedurende de relevante periode maandelijks loon inclusief vakantietoeslag ontving, waardoor de fictieve berekening van vakantietoeslag uit de Regeling WWB niet van toepassing was. De aanvullende bijstand en vakantietoeslag moesten worden berekend volgens artikel 19 van Pro de WWB. De Raad concludeerde dat de vakantietoeslag correct was verwerkt in de bijstand en dat de uitbetaling in juni 2005 rechtmatig was.
Het bezwaar van appellante werd terecht ongegrond verklaard en het hoger beroep slaagde niet. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De berekening van de vakantietoeslag is correct en het hoger beroep wordt afgewezen.