ECLI:NL:CRVB:2008:BG8710
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over arbeidsverplichtingen in trajectovereenkomst WWB
Appellant stelde beroep in tegen een besluit van het Dagelijks Bestuur van het ISWI dat betrekking had op een trajectovereenkomst gericht op arbeidsinschakeling via betaalde arbeid. De rechtbank had het beroep gegrond verklaard en het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen van dat besluit in stand gelaten. In hoger beroep richtte appellant zich tegen deze handhaving van de rechtsgevolgen.
De Raad oordeelde dat het Dagelijks Bestuur terecht geen ontheffing van arbeidsverplichtingen gaf, omdat de werkzaamheden als algemeen geaccepteerde arbeid gelden en binnen het kader van artikel 9, eerste lid, WWB vallen. Appellant kon onvoldoende onderbouwen dat er sprake was van schending van arbeidsomstandigheden of dat hij onredelijk werd verplicht tot arbeid onder zijn niveau. Ook het beroep op het ontvangen van een nalatenschap bood geen grond voor ontheffing, omdat de verdeling nog niet was afgerond.
Verder wees de Raad het beroep op internationale verdragen af wegens onvoldoende onderbouwing. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak dat de arbeidsverplichtingen binnen de WWB passen en wijst het hoger beroep af.