ECLI:NL:CRVB:2008:BG8713
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemelde inkomsten voetbaltrainer
Appellant ontving sinds 1997 bijstand, maar na een onderzoek naar zijn werkzaamheden als voetbaltrainer bleek dat hij inkomsten had genoten die niet aan het College waren gemeld. Het College herzag de bijstand over de periodes 1 juli 2001 tot 30 juni 2003 en 17 december 2003 tot 30 september 2005, en vorderde bedragen van respectievelijk €17.562,26 en €30.627,96 terug.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond voor de periode 2003-2005 en vernietigde het besluit voor die periode, maar oordeelde dat het College terecht de bijstand over 2001-2003 had herzien en teruggevorderd. Het College herzag vervolgens het besluit over 2003-2005 en vorderde €16.331,01 terug.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de rechtbankuitspraak en het herzieningsbesluit van het College. De Raad acht aannemelijk dat appellant inkomsten heeft ontvangen en zijn inlichtingenverplichting heeft geschonden door deze niet te melden. Het College heeft gehandeld binnen zijn bevoegdheid en beleid, en er zijn geen bijzondere omstandigheden om hiervan af te wijken. Het beroep tegen het herzieningsbesluit wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen het herzieningsbesluit van 7 juni 2007 wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.