ECLI:NL:CRVB:2008:BG8776
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand voor kinderen niet rechtmatig verblijvend in Nederland
De ouders van appellanten zijn vanuit Afghanistan naar Nederland gekomen, waar hun asielaanvraag werd afgewezen. Het gezin, dat niet rechtmatig verblijft, vroeg bijstand aan op grond van de Wet werk en bijstand (WWB), welke werd geweigerd. Appellanten voerden aan dat diverse verdragsbepalingen, waaronder het Europees Sociaal Handvest en het Internationaal Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten, hen recht zouden geven op bijstand.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat deze verdragsbepalingen niet rechtstreeks werkende rechten bevatten die afwijken van de hoofdregel dat bijstand geweigerd kan worden aan niet-rechtmatig verblijvende kinderen. De Raad overwoog dat de weigering van bijstand niet leidde tot een onmogelijkheid van de normale ontwikkeling van het privé- en gezinsleven van de kinderen en dat het beroep op artikel 8 EVRM Pro niet slaagde.
Verder werd vastgesteld dat het gezin in een moeilijke situatie verkeerde, maar dat dit geen uitzondering rechtvaardigde op de toepassing van artikel 16, tweede lid, WWB. Ook het beroep op het recht op onderwijs werd verworpen, omdat de essentie van het recht op onderwijs niet werd aangetast. De Raad bevestigde daarmee het besluit van het College van burgemeester en wethouders van Hilversum om de aanvraag af te wijzen.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand voor kinderen die niet rechtmatig verblijven wordt afgewezen en het beroep wordt verworpen.