ECLI:NL:CRVB:2008:BG8881
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- J. Brand
- B.W.N. de Waard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na aanpassing arbeidskundige grondslag
Appellante was het niet eens met het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering per 23 april 2005 in te trekken wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. De rechtbank vernietigde dit besluit vanwege een onvoldoende onderbouwde arbeidskundige grondslag, waarna het UWV een nieuw besluit nam met een aangepaste en nader toegelichte arbeidskundige beoordeling.
In hoger beroep heeft appellante haar bezwaren tegen de medische en arbeidskundige beoordeling herhaald, waaronder het ontbreken van een onderzoek door een bezwaarverzekeringsarts en de wenselijkheid van een urenbeperking. De Raad onderschreef echter de eerdere overwegingen van de rechtbank dat het besluit op een juiste medische grondslag berust en dat er geen aanleiding is voor een urenbeperking of aanvullend medisch onderzoek.
De Raad stelde vast dat het UWV de arbeidskundige grondslag adequaat had aangepast door functies passend te verklaren binnen de SBC-codes 111180, 272043 en 267050, waarbij ook een bijduiding van functies binnen dezelfde code was toegestaan. De bezwaren van appellante tegen de passendheid van de functies werden verworpen. Het beroep tegen het nieuwe besluit van 3 juli 2007 werd ongegrond verklaard en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt ongegrond verklaard en het besluit bevestigd.