ECLI:NL:CRVB:2008:BG9128
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verplichting tot arbeidsinschakeling ondanks onvoldoende taalbeheersing
Appellant ontvangt sinds april 2005 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het College van burgemeester en wethouders van ’s-Gravenhage legde hem in oktober 2005 de verplichting op om deel te nemen aan een sollicitatietraject, gericht op het verkleinen van zijn afstand tot de arbeidsmarkt. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, stellende dat hij onvoldoende de Nederlandse taal beheerst en daarom tijdelijk ontheffing zou moeten krijgen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en ook in hoger beroep handhaaft de Centrale Raad van Beroep deze beslissing. De Raad overweegt dat het College bevoegd is om een dergelijke verplichting op te leggen en dat het gemeentelijk beleid slechts ontheffing toestaat bij medische en/of sociale omstandigheden. Gezien appellant sinds 1992 in Nederland verblijft en een universitaire opleiding in Irak heeft genoten, is het College niet onredelijk geweest in het weigeren van ontheffing.
De Raad ziet geen reden om van het beleid af te wijken en bevestigt de eerdere uitspraak. Er wordt geen proceskostenvergoeding aan appellant toegekend. Hiermee blijft de verplichting tot arbeidsinschakeling onverminderd van kracht.
Uitkomst: De verplichting tot deelname aan het sollicitatietraject wordt bevestigd en ontheffing wegens onvoldoende taalbeheersing wordt geweigerd.