ECLI:NL:CRVB:2008:BG9128

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
23 december 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07-4767 WWB
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:84 AwbArt. 9 WWBArt. 44 WWBArt. 4 Re-integratieverordening
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging verplichting tot arbeidsinschakeling ondanks onvoldoende taalbeheersing

Appellant ontvangt sinds april 2005 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het College van burgemeester en wethouders van ’s-Gravenhage legde hem in oktober 2005 de verplichting op om deel te nemen aan een sollicitatietraject, gericht op het verkleinen van zijn afstand tot de arbeidsmarkt. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, stellende dat hij onvoldoende de Nederlandse taal beheerst en daarom tijdelijk ontheffing zou moeten krijgen.

De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en ook in hoger beroep handhaaft de Centrale Raad van Beroep deze beslissing. De Raad overweegt dat het College bevoegd is om een dergelijke verplichting op te leggen en dat het gemeentelijk beleid slechts ontheffing toestaat bij medische en/of sociale omstandigheden. Gezien appellant sinds 1992 in Nederland verblijft en een universitaire opleiding in Irak heeft genoten, is het College niet onredelijk geweest in het weigeren van ontheffing.

De Raad ziet geen reden om van het beleid af te wijken en bevestigt de eerdere uitspraak. Er wordt geen proceskostenvergoeding aan appellant toegekend. Hiermee blijft de verplichting tot arbeidsinschakeling onverminderd van kracht.

Uitkomst: De verplichting tot deelname aan het sollicitatietraject wordt bevestigd en ontheffing wegens onvoldoende taalbeheersing wordt geweigerd.

Uitspraak

07/4767 WWB
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellant] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 10 juli 2007, 07/1527, (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente ’s-Gravenhage (hierna: College)
Datum uitspraak: 23 december 2008
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. M.H.J. Toxopeus, advocaat te Zoetermeer, hoger beroep ingesteld.
Het College heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft, gevoegd met het onderzoek in de gedingen met reg.nrs. 07/4765 WWB en 07/4766 WWB, plaatsgevonden op 2 december 2008, waar appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Toxopeus en waar het College zich niet heeft laten vertegenwoordigen. Na de sluiting van het onderzoek ter zitting zijn de gevoegde zaken weer gesplitst. In deze zaak wordt heden afzonderlijk uitspraak gedaan.
II. OVERWEGINGEN
1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.
1.1. Appellant ontving met ingang van 29 april 2005 bijstand ingevolge de Wet werk en bijstand (WWB) naar de norm voor een alleenstaande.
1.2. Bij besluit van 18 oktober 2005 heeft het College met toepassing van artikel 4 eerste Pro lid, van de Reïntegratieverordening wet werk en bijstand van de gemeente ’s-Gravenhage (hierna: Re-integratieverordening) aan appellant de verplichting opgelegd deel te nemen aan een zogeheten sollicitatietraject teneinde de afstand van appellant tot de arbeidsmarkt te verkleinen.
1.3. Bij besluit van 9 januari 2007 heeft het College het bezwaar tegen het besluit van 18 oktober 2005 ongegrond verklaard.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 9 januari 2007 ongegrond verklaard.
3. Appellant heeft zich in hoger beroep gemotiveerd tegen de aangevallen uitspraak gekeerd.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1. Ingevolge artikel 9, eerste lid, aanhef en onder b, van de WWB - voor zover van belang - is de belanghebbende vanaf de dag van melding als bedoeld in artikel 44, tweede lid, verplicht gebruik te maken van een door het college aangeboden voorziening.
Artikel 4, aanhef, eerste lid, van de Re-integratieverordening, bepaalt dat het sollicitatietraject een van de door het College aan te bieden voorzieningen is.
4.2. Niet in geschil is dat het College op zichzelf bevoegd is een verplichting tot het volgen van een sollicitatietraject op te leggen aan personen die, zoals appellant, algemene bijstand ontvangen. Appellant acht het opleggen van deze verplichting voor hem prematuur, omdat hij de Nederlandse taal niet voldoende beheerst. De Raad begrijpt deze stelling aldus dat het College hem tijdelijk ontheffing zou moeten verlenen van deze volgens het College op de individuele omstandigheden van appellant afgestemde verplichting.
4.3. Artikel 9, tweede lid, van de WWB bepaalt, voor zover hier van belang, dat het college in individuele gevallen tijdelijk ontheffing kan verlenen van een verplichting als bedoeld in het eerste lid, indien daarvoor dringende redenen aanwezig zijn. Het College voert in dit kader het beleid dat van een verplichting als hier aan de orde slechts ontheffing kan worden verleend indien sprake is van omstandigheden van medische en/of sociale aard. Het College heeft in dit geval in overeenstemming met dit door de Raad niet onredelijk geachte beleid gehandeld. In hetgeen namens appellant is aangevoerd ziet de Raad geen grond voor het oordeel dat het College, met overeenkomstige toepassing van artikel 4:84 (slot) van de Algemene wet bestuursrecht, van zijn beleid had moeten afwijken. De Raad betrekt hierbij de omstandigheid dat appellant volgens zijn opgave in Irak een universitaire opleiding heeft genoten en sinds 1992 in Nederland verblijft.
4.4. Het hoger beroep slaagt niet, zodat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
4.5. De Raad ziet ten slotte geen aanleiding om het College te veroordelen in de proceskosten van appellant.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door G.A.J. van den Hurk. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A.C. Palmboom als griffier, uitgesproken in het openbaar op 23 december 2008.
(get.) G.A.J. van den Hurk.
(get.) A.C. Palmboom.
IJ