ECLI:NL:CRVB:2008:BG9132
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand wegens onvoldoende arbeidsinschakeling en recidive
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente ’s-Gravenhage verlaagde de bijstand twee keer: eerst met 30% voor twee maanden wegens onvoldoende medewerking aan een onderzoek naar arbeidsinschakeling, daarna met 60% voor twee maanden wegens onvoldoende medewerking aan activiteiten gericht op werk.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond voor zover het de tweede maatregel betrof en bepaalde een verlaging van 100% gedurende een maand, maar oordeelde dat de eerste maatregel rechtmatig was. Appellant ging in hoger beroep tegen de eerste maatregel.
De Raad oordeelde dat appellant terecht was uitgesloten van een training vanwege zijn gedrag, dat de arbeidsinschakeling belemmerde. Er was sprake van recidive, waardoor de maatregel volgens de Maatregelenverordening verdubbeld mocht worden. Er waren geen dringende redenen om de maatregel te matigen of af te zien van verlaging. Het hoger beroep werd verworpen en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand met 30% gedurende twee maanden wordt bevestigd en het verzoek tot schadevergoeding wordt afgewezen.