ECLI:NL:CRVB:2008:BG9253
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Weigering WAO-uitkering wegens onduidelijkheid oorzakelijk verband arbeidsongeschiktheid
Appellante, werkgever van de werknemer, maakte bezwaar tegen de weigering van het UWV om een WAO-uitkering toe te kennen na een ziekmelding op 29 januari 2003. Het UWV stelde dat de arbeidsongeschiktheid niet voortkwam uit dezelfde oorzaak als de eerdere arbeidsongeschiktheid van 1 mei 2001, waarop artikel 43a van de WAO van toepassing is.
De rechtbank vernietigde het eerdere besluit van het UWV wegens onvoldoende onderzoek en motivering. Na nader medisch onderzoek handhaafde het UWV zijn standpunt, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het onderzoek onvoldoende was, met name omdat onduidelijk bleef of de ziekmelding van 2003 verband hield met een misstap, rugklachten of een arbeidsconflict, dan wel met de eerdere heupblessure.
De Raad stelde vast dat de motivering van het UWV onvoldoende was en dat het bestreden besluit niet voldeed aan de zorgvuldigheidseisen van de Algemene wet bestuursrecht. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het besluit vernietigd en het UWV opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit nemen.