ECLI:NL:CRVB:2008:BG9478
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- E.M. de Bree
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om herziening WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Verzoeker heeft bij de Centrale Raad van Beroep verzocht om herziening van een eerdere uitspraak inzake zijn WAO-uitkering, stellende dat er sprake zou zijn van evidente onjuistheid, foutieve uitleg van jurisprudentie en nieuwe feiten en omstandigheden.
De Raad heeft het verzoekschrift en de aanvullende stukken, waaronder een rapport van Instituut Psychosofia, beoordeeld. Volgens artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht kan herziening alleen plaatsvinden indien sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden die bij de eerdere uitspraak niet bekend waren.
De Raad concludeert dat noch in het aanvankelijke verzoekschrift, noch in de aanvullende stukken enig nieuw feit of nieuwe omstandigheid aanwezig is die herziening rechtvaardigt. Ook ziet de Raad geen grond voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Daarom wijst de Centrale Raad het verzoek om herziening af en bevestigt daarmee de eerdere beslissing van 31 augustus 2007.
Uitkomst: Het verzoek om herziening van de WAO-uitkering wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.