ECLI:NL:CRVB:2008:BG9481

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
24 december 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07-6518 WAO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:88 AwbArt. 21 Beroepswet
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek om herziening wegens ontbreken nieuwe feiten of omstandigheden

Verzoeker heeft bij de Centrale Raad van Beroep verzocht om herziening van een eerdere uitspraak, stellende dat er sprake zou zijn van evidente onjuistheid, foutieve uitleg van jurisprudentie en nieuwe feiten en omstandigheden. Het verzoek werd ondersteund door een aanvullend verzoekschrift en een stuk van Instituut Psychosofia.

Tijdens de zitting op 12 november 2008 was verzoekers advocaat aanwezig, maar het UWV verscheen niet. Het UWV heeft in het verweerschrift uiteengezet dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn die herziening rechtvaardigen.

De Raad overweegt dat een hernieuwde discussie over de zaak niet mogelijk is zonder nieuwe feiten of omstandigheden zoals bedoeld in artikel 8:88 Awb Pro. De Raad kon in het aanvullende verzoekschrift noch in het stuk van Instituut Psychosofia enige nieuwe feiten of omstandigheden ontdekken. De door verzoeker aangevoerde vermeende gebreken aan medische kennis bij de rechterlijke macht vormen geen grond voor herziening.

Daarom wijst de Centrale Raad van Beroep het verzoek om herziening af en legt geen proceskostenveroordeling op.

Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.

Uitspraak

07/6518 WAO
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
met toepassing van artikel 21 van Pro de Beroepswet in samenhang met artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht op het verzoek van:
[Verzoeker], wonende te [woonplaats] (hierna: verzoeker),
om herziening van de uitspraak van de Raad van 9 november 2007, 05/5574
(hierna: de uitspraak),
in het geding tussen:
verzoeker
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
(hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 24 december 2008
I. PROCESVERLOOP
Namens verzoeker heeft mr. W.C. de Jonge, advocaat te Vlaardingen, verzocht om herziening van de uitspraak.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 november 2008. Voor verzoeker is verschenen mr. De Jonge voornoemd. Het Uwv is, zoals tevoren was bericht, niet verschenen.
II. OVERWEGINGEN
1. Verzoeker heeft verzocht om "herziening op grond van evidente onjuistheid, foutieve uitleg van de eigen jurisprudentie en op grond van nieuwe feiten en omstandigheden". Verzoeker is van mening dat zijn aanspraken bij de uitspraak niet naar behoren zijn erkend. De gronden van het verzoek zijn uiteengezet in het aanvullende verzoekschrift van 21 januari 2008 en het daarbij overgelegde stuk van Instituut Psychosofia van
16 januari 2008.
2. Het Uwv heeft in het verweerschrift uiteengezet waarom er naar zijn mening geen sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden die tot herziening van de uitspraak zouden kunnen leiden.
3.1. De Raad overweegt dat de door de gemachtigde van verzoeker gewenste hernieuwde discussie over de betrokken zaak en de juistheid van de uitspraak niet kan worden gevoerd, tenzij sprake is van feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
3.2. De Raad heeft echter in het aanvullende verzoekschrift, noch in het stuk van Instituut Psychosofia van 16 januari 2008 enig feit of enige omstandigheid als bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Awb kunnen ontwaren. Dat verzoeker een mogelijkheid zoekt om zijn grieven met betrekking tot het, wat hij aanduidt als een gebrek aan medische kennis bij de rechterlijke macht in het kader van dit verzoek onder de aandacht van de Raad te brengen, levert evenmin een zodanig feit dan wel een zodanige omstandigheid op. Het verzoek om herziening dient derhalve te worden afgewezen.
4. Er zijn geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Wijst het verzoek om herziening af.
Deze uitspraak is gedaan door T. Hoogenboom als voorzitter en H. Bedee en P.J. Jansen als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van I.R.A. van Raaij als griffier, uitgesproken in het openbaar op 24 december 2008.
(get.) T. Hoogenboom.
(get.) I.R.A. van Raaij.
GdJ