ECLI:NL:CRVB:2007:BB8080
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- J. Brand
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering en proceskostenvergoeding in hoger beroep
Appellant stelde beroep in tegen het UWV-besluit van 4 november 2004 waarbij zijn WAO-uitkering werd vastgesteld op 35-45% arbeidsongeschiktheid. Hij voerde aan dat medische klachten zoals tenniselleboog en dyslexie onvoldoende waren meegewogen. De Raad oordeelde dat de medische rapportages deze klachten adequaat behandelden en bevestigde de passendheid van de geduide functies.
Ten aanzien van de proceskosten stelde appellant dat het UWV naliet een beslissing te nemen over de in bezwaar gemaakte kosten en dat de rechtbank de vergoeding voor rechtsbijstand te laag had vastgesteld. De Raad vernietigde het besluit voor zover het de kosten in bezwaar betreft en stelde zelf vast dat bepaalde kosten, zoals die van Instituut Psychosofia, niet voor vergoeding in aanmerking komen.
De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten in beroep (€805) en in hoger beroep (€644) en bepaalde dat het betaalde griffierecht van appellant wordt vergoed. De overige onderdelen van de aangevallen uitspraak werden bevestigd.
Uitkomst: Het besluit over kosten in bezwaar wordt vernietigd en het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellant.