ECLI:NL:CRVB:2008:BG9689
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H.G. Rottier
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift tijdig ingediend tegen weigering WW-uitkering ondanks termijnoverschrijding
Betrokkene nam ontslag per 1 augustus 2006 vanwege een uitzending van haar gezin naar Curaçao. Zij vroeg begin juli 2006 een WW-uitkering aan, die op 2 augustus 2006 werd geweigerd omdat zij niet beschikbaar was voor werk. Op 3 augustus 2006 stuurde zij een brief waarin zij haar situatie toelichtte en stelde dat zij wel recht had op de uitkering, maar gaf tevens aan dat zij bezwaar maken te belachelijk vond.
Appellant handhaafde het besluit en gaf aan dat bezwaar alsnog mogelijk was. Betrokkene reageerde op 9 september 2006, maar appellant verklaarde het bezwaar op 12 december 2006 niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding. De rechtbank vernietigde dit besluit en oordeelde dat de brief van 3 augustus 2006 als bezwaarschrift moest worden beschouwd, en de brief van 9 september als nadere toelichting.
In hoger beroep voerde appellant aan dat betrokkene in haar brief van 3 augustus geen bezwaar wilde maken. De Raad oordeelde echter dat uit de brief niet blijkt dat betrokkene geen bezwaar wilde maken, maar juist dat zij het standpunt van appellant onjuist vond en daarom bezwaar had gemaakt. De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank dat het bezwaar tijdig was ingediend en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat het bezwaar van betrokkene tijdig was ingediend en verklaart het hoger beroep ongegrond.