ECLI:NL:CRVB:2008:BG9799
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking ziekengeld wegens onjuiste maatstaf arbeid
Appellante was wegens psychische klachten arbeidsongeschikt verklaard en ontving een WAO-uitkering. Na herbeoordeling werd deze uitkering ingetrokken omdat zij geschikt werd geacht voor bepaalde functies. Appellante werkte daarna 12 uur per week als schoonmaakster en ontving een WW-uitkering. Bij ziekmelding werd haar ziekengeld ingetrokken op grond van een medische beoordeling.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellante tegen het intrekkingsbesluit ongegrond. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat bij de beoordeling van het recht op ziekengeld ook de werkzaamheden als schoonmaakster hadden moeten worden betrokken, wat niet was gebeurd. Hierdoor is het besluit strijdig met artikel 3:2 Awb Pro en moet het worden vernietigd.
Desondanks laat de Raad de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat de medische beoordeling zorgvuldig en voldoende gemotiveerd was. De Raad veroordeelt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van het ziekengeld wordt vernietigd wegens onjuiste maatstaf, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.