ECLI:NL:CRVB:2016:1248
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldige medische beoordeling bevestigd
Appellant was tot januari 2012 werkzaam als administratief medewerker en meldde zich ziek met spier-, pees- en gewrichtsklachten. Het UWV beëindigde op 18 september 2013 de Ziektewetuitkering op basis van een verzekeringsartsrapport dat stelde dat appellant weer arbeidsgeschikt was. Appellant maakte bezwaar, maar dit werd ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond, maar handhaafde de rechtsgevolgen van het besluit.
In hoger beroep betoogde appellant dat onvoldoende rekening was gehouden met de medische expertise van een andere verzekeringsarts die beperkingen constateerde en verzocht om benoeming van een onafhankelijke deskundige. De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was verricht, waarbij alle klachten, onderzoeksbevindingen en informatie van de behandelend sector waren betrokken.
De Raad onderschreef het standpunt van de verzekeringsarts bezwaar en beroep dat appellant op de datum van het besluit arbeidsgeschikt was voor zijn laatst verrichte functies. De klachten waren niet medisch objectiveerbaar en de functie-eisen waren passend, zeker met RSI-preventie. Het verzoek tot benoeming van een deskundige werd afgewezen. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering en wijst het hoger beroep af.