ECLI:NL:CRVB:2008:BG9827
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- J. Riphagen
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting WAO-uitkering wegens verzwegen arbeidsinkomsten na fraudeonderzoek
Appellante ontving een WAO-uitkering met toeslag, maar het UWV startte een opsporingsonderzoek naar niet opgegeven inkomsten uit arbeid in een snackbar van haar zwager vanaf 2002. Het onderzoek resulteerde in een Rapport Werknemersfraude dat als basis diende voor herberekening van haar arbeidsongeschiktheidspercentage en verlaging van de toeslag.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep betoogde appellante onder meer dat haar verklaring onrechtmatig was verkregen zonder de vereiste cautie, wat de Raad verwierp omdat uit het proces-verbaal bleek dat de cautie wel was gegeven. Ook de stelling dat het maatmaninkomen onjuist was vastgesteld, werd verworpen omdat appellante niet had aangegeven al eerder in de snackbar te hebben gewerkt.
De Raad oordeelde dat appellante haar inlichtingenplicht had geschonden en dat het UWV bevoegd was de inkomsten schattenderwijs vast te stellen op basis van een zorgvuldig en inzichtelijk rapport. De verklaringen van appellante en getuigen tegenover opsporingsambtenaren werden als betrouwbaar beschouwd. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de korting op de WAO-uitkering en de terugvordering wegens verzwegen inkomsten uit arbeid.