ECLI:NL:CRVB:2008:BH0876
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit over ingangsdatum kinderbijslag bij onbekendheid met regelgeving
Appellant en zijn gezin kwamen in 1997 vanuit Bulgarije naar Nederland en verbleven aanvankelijk in opvang van het COA met een uitkering. Na een langdurig traject werd hun verblijfsvergunning met terugwerkende kracht toegekend vanaf 6 juli 2002. Appellant vroeg in september 2006 kinderbijslag aan, die werd toegekend vanaf het vierde kwartaal van 2006. Na bezwaar stelde de Sociale Verzekeringsbank (Svb) dat appellant al vanaf maart 2005 als ingezetene kon worden beschouwd, en kende kinderbijslag toe vanaf het derde kwartaal van 2005.
Appellant en zijn echtgenote stelden beroep in tegen dit besluit, stellende dat zij niet op de hoogte waren van hun rechten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, omdat onbekendheid met regelgeving niet als bijzonder geval geldt en er geen bewijs was dat zij niet in staat waren een aanvraag te doen. Het hoger beroep bevestigt dit oordeel. De Raad benadrukt dat appellant zich had kunnen informeren en tijdig een aanvraag had kunnen indienen om rechten veilig te stellen.
De Raad ziet geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro en bevestigt het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. De kinderbijslag wordt dus toegekend vanaf het derde kwartaal van 2005, en niet eerder. Deze uitspraak onderstreept de vaste jurisprudentie dat onbekendheid met regelgeving geen bijzondere omstandigheden oplevert voor vervroegde toekenning.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de kinderbijslag wordt toegekend vanaf het derde kwartaal van 2005.