ECLI:NL:CRVB:2008:BH2301
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- A.B.J. van der Ham
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting bij autobezit
Appellant ontving bijstand vanaf juni 2002. Uit een onderzoek naar autobezit, gebaseerd op kentekenregistraties, bleek dat appellant meerdere oudere auto's op zijn naam had staan zonder dit te melden aan het College van burgemeester en wethouders van Arnhem. Het College trok de bijstand over diverse maanden in en vorderde deze terug.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant deels gegrond en vernietigde het besluit voor september 2002, omdat het onwaarschijnlijk was dat appellant financieel voordeel had genoten van de verkoop van een oude auto. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat oordeel voor september 2002 en maart 2004, maar oordeelt dat het College terecht de bijstand over de maanden februari, april, mei, juli en september 2004 heeft ingetrokken wegens schending van de inlichtingenverplichting.
De Raad benadrukt dat appellant redelijkerwijs had moeten begrijpen dat autobezit invloed kan hebben op het recht op bijstand en dat het niet melden hiervan een schending van de inlichtingenverplichting vormt. De Raad vernietigt het besluit van 10 januari 2007 voor zover het betrekking heeft op terugvordering over genoemde maanden en beveelt het College een nieuw besluit op bezwaar te nemen. Tevens veroordeelt de Raad het College in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het College wordt opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen met gedeeltelijke vernietiging van de terugvordering.