ECLI:NL:CRVB:2009:BG9462
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- R.M. van Male
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens voldoende medische en arbeidskundige grondslag
Appellante, werkzaam als cateringmedewerkster, viel in 1995 uit wegens gezondheidsklachten waaronder een schildklierafwijking en vermoeidheid. Het UWV herbeoordeelde haar arbeidsongeschiktheid in 2005 en concludeerde dat zij duurzaam benutbare mogelijkheden had, waarna haar WAO-uitkering per 2 maart 2006 werd ingetrokken.
In de bezwaar- en beroepsfase werd het medisch oordeel bevestigd door bezwaarverzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen, ondanks het ontbreken van nadere medische gegevens van appellante ter onderbouwing van haar stelling dat haar belastbaarheid werd overschat. De diagnose chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS) werd meegewogen, maar niet als doorslaggevend gezien voor meer beperkingen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het besluit van het UWV op een voldoende medische en arbeidskundige grondslag berustte, waarbij de geselecteerde functies als medisch geschikt werden beschouwd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd.