ECLI:NL:CRVB:2009:BG9521
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- R.M. van Male
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toename arbeidsongeschiktheid en medische grondslag WAZ-uitkering
Appellant verzocht het UWV om herziening van zijn WAZ-uitkering wegens vermeende toename van arbeidsongeschiktheid per 5 juli 2004. Na onderzoek door verzekeringsarts en benoeming van een onafhankelijke deskundige concludeerde de rechtbank dat er geen sprake was van toegenomen beperkingen, wat werd bevestigd door de Centrale Raad van Beroep.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn psychische klachten en een chronische burnout onvoldoende waren onderzocht en dat nader medisch onderzoek had moeten plaatsvinden. De Raad overwoog dat het oordeel van de door de rechtbank ingeschakelde onafhankelijke deskundige, psychiater Van Eyk, overtuigend en medisch onderbouwd was, en dat de aanvullende rapporten van appellant onvoldoende relevant waren voor de datum in geding.
Daarnaast stelde de Raad vast dat de rechtbank de procedure niet volledig conform artikel 8:64 Awb Pro had gevolgd door niet opnieuw toestemming te vragen na toevoeging van nieuwe stukken, waardoor de uitspraak van de rechtbank niet rechtsgeldig tot stand was gekomen. Desondanks vernietigde de Raad de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep ongegrond en bepaalde dat het UWV het betaalde griffierecht aan appellant moest vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd wegens procedurele tekortkomingen.