ECLI:NL:CRVB:2009:BG9592
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- M.C.M. van Laar
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks WSW-indicatie
Appellant stelde beroep in tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering te herzien van 25-35% naar 15-25% arbeidsongeschiktheid. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, maar handhaafde de rechtsgevolgen ervan. Appellant voerde aan dat zijn WSW-indicatie onvoldoende werd meegewogen en dat hij meer beperkt is dan het UWV aannam.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat toelating tot de WSW niet direct bepalend is voor de WAO-uitkering, maar dat gegevens uit de WSW wel moeten worden betrokken bij de beoordeling. De Raad concludeerde dat het UWV een volledig beeld had van de gezondheidssituatie en de beperkingen van appellant niet heeft onderschat.
De Raad verwierp het standpunt van appellant dat hij niet in staat zou zijn de functies te vervullen waarop de beoordeling was gebaseerd. Er waren geen gronden om de eerdere uitspraak te wijzigen of proceskosten toe te wijzen. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak dat de herziening van de WAO-uitkering terecht is en verklaart het hoger beroep ongegrond.