ECLI:NL:CRVB:2009:BG9626
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over arbeidsongeschiktheid en WAO-schatting appellante
Appellante ging in hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Maastricht die het besluit van het UWV vernietigde maar de rechtsgevolgen in stand liet. Het betrof de WAO-schatting waarbij werd vastgesteld dat appellante ondanks beperkingen geschikt was voor bepaalde functies met een verlies aan verdiencapaciteit van minder dan 15%.
In hoger beroep werden nieuwe medische gronden aangevoerd, waaronder diagnoses van een psychiater over aanpassingsstoornis en depressieve kenmerken. Tevens werd gesteld dat de Nederlandse taalvaardigheid en productiedruk een belemmering vormden voor het uitvoeren van de geduide functies.
De Raad liet de arbeidskundige grieven ter zitting buiten beschouwing wegens te late indiening en in strijd met de goede procesorde. Medisch gezien vond de Raad geen reden om aan te nemen dat appellante geen duurzaam benutbare arbeidsmogelijkheden had. De psychosociale factoren waren op de voorgrond getreden en appellante was belastbaar voor arbeid.
De Raad bevestigde de aangevallen uitspraak en vond geen aanleiding om de Functionele Mogelijkhedenlijst of de medische geschiktheid voor de geduide functies onjuist te achten. Er was geen grond voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 9 januari 2009.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante duurzaam benutbare arbeidsmogelijkheden heeft en handhaaft de rechtsgevolgen van het vernietigde UWV-besluit.