ECLI:NL:CRVB:2009:BG9687
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- G.W.B. van Westen
- Rechtspraak.nl
Geen verzekeringsplicht en premierestitutie voor directeur-grootaandeelhouders
Appellante, een werkgever, had ten onrechte premies betaald voor directeur-grootaandeelhouders (dga's) die via persoonlijke vennootschappen aan haar verbonden zijn. Na een belastingdienstonderzoek bleek dat deze dga's niet verzekeringsplichtig waren volgens de sociale werknemersverzekeringswetten. Appellante verzocht om restitutie van betaalde premies, waarvan een deel werd toegekend, maar een verzoek voor restitutie over een langere periode werd afgewezen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze afwijzing ongegrond. Appellante stelde in hoger beroep dat de rechtbank onterecht oordeelde dat de Coördinatiewet Sociale Verzekering (CSV) nog van toepassing was en beriep zich tevens op het vertrouwensbeginsel.
De Raad oordeelde dat de CSV inderdaad van toepassing was en dat het UWV bevoegd was het besluit te nemen. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat het de verantwoordelijkheid van appellante was om de verzekeringsplicht te beoordelen en informatie in te winnen bij het UWV bij twijfel. De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit dat geen verdere premierestitutie wordt toegekend aan appellante.